'Wij zijn het systeem, dus wij kunnen het veranderen'

vrijdag 18 september 2015 | Human | alle artikelen

Door André de Vos

 

Precies zeven jaar nadat Lehman Brothers omviel, is er nog altijd weinig veranderd in de financiële sector. Tot grote woede van de burger. Die schreeuwt al jaren om verandering, maar verdedigt als financieel consument vaak de status quo.

“Is de financiële sector veranderd? Ik citeer minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem op een recent symposium, na de vraag of de cultuur bij banken is veranderd. ‘Ehm’ - lange stilte – ‘dat is lastig.’ Dat antwoord zegt alles. Er zijn duizenden regels bij gekomen, maar fundamenteel is er niets veranderd.”

 

Financieel journalist Eric Smit bevindt zich met zijn scepsis over de financiële sector in goed gezelschap. Iedereen is ervan overtuigd dat er weinig is veranderd, behalve de financiële instellingen zelf. Of, zoals de Amerikanen het fijntjes uitdrukken: de ligstoelen op het zonnedek van de Titanic zijn verplaatst.  “Er zijn hooguit accenten verlegd”,  zegt econoom en oud-bankier Ad Broere, een van de initiatiefnemers van het burgerinitiatief Ons Geld.

 

“De financiële sector parasiteert nog altijd op de gewone economie”,  vindt financieel geograaf Ewald Engelen. “Er zijn veel halfzachte maatregelen genomen, maar we zitten nog steeds met een financieel-monetair systeem dat in feite failliet is”, beaamt hoogleraar financiële markten Arnoud Boot, lid van de Bankraad van toezichthouder De Nederlandse Bank (DNB). Zelfs toezichthouders DNB en Autoriteit Financiële Markten (AFM) constateren dat er, ondanks hun eigen inspanningen,  ‘nog steeds grote veranderingen nodig zijn’ in zowel structuur als cultuur van de financiële sector.

 

Rommelhypotheken

 

De scepsis laat zich eenvoudig staven. Eind juli bevestigde de rechter dat de top van Delta Lloyd heeft gehandeld met voorkennis. Maar denk ook aan de bonusaffaire bij ABN Amro en de grootschalig verkoop van riskante rentederivaten aan het Nederlandse midden en klein-bedrijf. De slepende woekerpolisaffaire of  grootschalige manipulatie van rente en wisselkoersen voor eigen gewin door ’s werelds grootste banken. Er waren miljardenschikkingen nodig om rechtsvervolging af te kopen. Vlak voor de zomer waarschuwde superbelegger en multimiljardair Warren Buffett opnieuw  ‘voor de financiële massavernietigingswapens van de sector’. Hij doelde op derivaten, zoals de verpakte rommelhypotheken die de kredietcrisis veroorzaakten.

 

Natuurlijk is er wel wat veranderd. De financiële sector heeft waarschijnlijk nog nooit in zo’n korte tijd zoveel nieuwe regelgeving gekregen. Maar niemand is gelukkig met alle nieuwe wetgeving. De financiële sector wil het liefst alles bij het oude laten, terwijl de rest van de wereld de maatregelen onvoldoende vindt.

 

“Het probleem is dat het businessmodel van banken niet is aangepast”,  zegt hoogleraar Engelen. “Na de crisis hadden we de banken moeten splitsen in een zakenbank en een consumentenbank en hogere kapitaaleisen moeten stellen. Dat hebben we nagelaten. Dus gaat de sector door met waarmee ze bezig was:  heel grote winsten maken met heel grote balansen, veel geleend vermogen en ingewikkelde derivaten.”

 

Dienstbaarheid

 

Niemand verwacht dat de verandering uit de financiële sector zelf komt. Begin dit jaar klaagde Dijsselbloem in NRC uitgebreid over de onwil van banken, verzekeraars en pensioenfondsen om zich neer te leggen bij de maatregelen die wél zijn ingevoerd.

De verslaving aan grote winsten en grote bonussen belemmert elke verandering. “Je wilt andere mensen in de sector, maar het systeem trekt nu mensen die puur voor het geld gaan”, zegt Engelen. “Ooit was in de financiële sector maatschappelijke dienstbaarheid belangrijk, maar die is tweede viool gaan spelen door de winst- en bonuscultuur.”

 

Eric Smit ziet dat ‘banken en verzekeraars vastzitten in verouderde structuren’.

“Het zijn grote, logge organisaties in kolossale gebouwen met verouderde automatisering die onmogelijk zichzelf kunnen veranderen. ” Daar is Arnoud Boot het mee eens. “Een sector verandert nooit uit zichzelf. Dan moet iedereen tegelijk willen, want een individu kan in zijn eentje weinig veranderen. Hooguit stemmen met zijn voeten, dus daar niet gaan werken.”

 

Veranderingen in de sector moeten dus worden afgedwongen. Door de politiek, door de maatschappij, door de burger dus. Boot: ”Het vertrouwen in de sector is momenteel nul. En zonder vertrouwen kan de sector niet vooruit.” Boot ziet in de huidige opstelling van toezichthouders en politici de afspiegeling van het maatschappelijk wantrouwen. Tegelijk lijkt die maatschappelijke en politieke druk te klein om drastische veranderingen door te voeren.

 

“Ik ben verbijsterd over de wijze waarop de politiek met de financiële sector omgaat”, zegt Eric Smit. “De herstructurering van de financiële sector staat nergens op de agenda. Terwijl je toch zou denken dat daar stemmen mee zijn te halen. Mensen hebben hun buik vol van banken en verzekeraars.”

 

Geldcreatie

 

De burger als afnemer van financiële producten bepaalt waar het naartoe gaat met de financiële sector. Immers, een bank waar de klanten weglopen, valt om.

De levensverzekeringsbusiness is in Nederland ingestort doordat wantrouwige consumenten door de woekerpolisaffaire massaal zijn afgehaakt. Voor de zomer werden  114.000 handtekeningen opgehaald voor Ons Geld, een burgerinitiatief tegen het feit dat banken zelf nieuw geld kunnen creëren. “Er komt daardoor nu een publieke hoorzitting, een debat in de Tweede Kamer, en daarna hopelijk politieke besluiten om deze ontwrichtende manier van geldcreatie aan te pakken”,  zegt Ad Broere. “Als dat gebeurt, heeft de burger dus de macht om de financiële sector te veranderen.”

 

Waarom is dat nog niet gebeurd? Omdat de boze burger ook een opportunistische financieel consument is. Met een hypotheek, spaargeld, verzekeringen en een pensioen. En het belang van de burger en de financieel consument botsen geregeld, op de hypotheekmarkt bijvoorbeeld. Consumentenvereniging Eigen Huis verzet zich tegen scherpere hypotheekeisen. Wil de burger dat de banken minder schulden creëren, de woningbezitter wil juist hogere schulden kunnen maken. Bij ons spaargeld en pensioen is het niet anders. Voor een hogere rente verkasten we ons geld naar IJslandse en Turkse banken. Maar die willen we niet redden met Hollandse belastingcenten. De gepensioneerde kijkt verlekkerd naar de torenhoge rendementen van zijn pensioenfonds, maar vergeet dat die prachtige beleggingswinsten kunstmatig zijn doordat de financiële sector aan een infuus van goedkoop geleend geld hangt.

Engelen: “Aan de ene kant hebben consumenten de macht om financiële instellingen te maken en te breken, aan de andere kant zijn ze domme schapen, met tegenstrijdige belangen.”

 

Kennis is macht

 

Obstakel bij de uitoefening van zijn macht, is de gebrekkige financiële kennis van de burger. De relatie tussen de eigen hypotheek en de opgeblazen balans van banken wordt niet door iedereen doorzien. “Mensen zijn opportunistisch”,  zegt Ad Broere. “Ze denken:  ‘What’s in it for me?’  Maar ze kunnen zelf ook bedenken dat een hypotheek van acht keer je jaarinkomen misschien overdreven is. En als een structurele aanpak van de financiële sector betekent dat bijvoorbeeld de pensioenfondsen minder rendement maken, gaan mensen ongetwijfeld klagen. Weinigen beseffen dat we op termijn beter af zijn als we nu de noodzakelijke veranderingen doorvoeren. Door de crisis is de burger zich meer gaan interesseren voor de financiële sector, maar er is nog een enorme kennisachterstand”, vindt Broere. 

 

“Burgers moeten meer kennis hebben als ze de financiële sector willen veranderen. Een onderwerp als geldcreatie is enorm complex, dat kan niet iedereen begrijpen. Maar je mag meer basiskennis verwachten. Wat doet een bank, wat is de ECB, wat is het IMF? De meeste mensen hebben geen idee. Er wordt in het onderwijs ook helemaal geen aandacht aan besteed. Dat moet veranderen. Met meer kennis krijgt de burger meer macht.”

 

Engelen denkt dat de burger hoe dan ook geen partij is voor het bestaande financiële stelsel. “Mensen hebben door dat er iets structureel mis is met het hedendaags kapitalisme. De actie tegen geldcreatie toont aan dat er grote ongearticuleerde weerzin leeft tegen de financiële sector. Alleen is die actie volstrekte onzin. Men heeft de klok horen luiden, maar weet niet  waar de klepel hangt. Geldcreatie door banken is het probleem niet, het probleem is de omvang van de particuliere schulden, gedreven door de vastgoedmarkt waar de hele bancaire sector op draait. Ik noem het massafinancialisering. In de afgelopen decennia is het eigenhuisbezit door de bankensector aangejaagd met grote particuliere schulden tot gevolg. Banken ijverden voor ruime hypotheken en fiscale vrijstelling. De huizenprijzen stegen, net als de winsten van de banken. Het is een piramidespel. En als de bel knapt,  blijven de mensen die het laatst hebben gekocht met de schade zitten. Niet de banken. “

 

Eric Smit is optimistischer. ”Kijk naar wat er in de voedingsindustrie gebeurt waar gezonder eten een steeds groter aandeel krijgt. Wij zíjn het systeem, dus wíj kunnen het veranderen, ook de banken.”

 

De financiële sector vreest de macht van de consument. Het businessmodel van de sector wordt bedreigd, niet zozeer door toezichthouders en politiek, maar door nieuwe concurrenten die mogelijk gebruik kunnen maken van die ‘ongearticuleerde woede’ over de bestaande sector. Er zijn grassroots-initiatieven als crowdfunding, als alternatief voor banken, en broodfondsen, in plaats van dure verzekeringen. Sympathiek, want kleinschalig, maar daarom ook redelijk ongevaarlijk.

 

Een grotere bedreiging vormen niet-financiële bedrijven die met moderne automatisering en uitgebreide klantendatabases banken en verzekeraars uit de markt kunnen drukken. De Googles, Amazons en Apples van deze wereld. Volgens Arnoud Boot gaan deze partijen de banken dwingen ‘lean and mean’ te worden. Ze weten als geen ander waar de consument op zit te wachten en kunnen een revolutie in de financiële sector teweegbrengen. Of daarmee een solide en betere financiële sector ontstaat? Ewald Engelen betwijfelt het. “Ik heb geen vertrouwen in bedrijven als Apple en Google. Die draaien ook op schaalgrootte en financial engineering. Ze zijn vooral bezig om de inkomens van werknemers en de belastingen zo laag mogelijk te houden. Ook daar gaat het eigenbelang boven dat van de klant of de maatschappij.”

 

Kaders

 

Nieuwe regelgeving]

De nieuwe regels hebben twee doelen:

•             Beperking van systeemrisico’s, zodat één omvallende instelling niet het hele bouwwerk omver trekt, zoals met Lehman Brothers

•             Het klantbelang weer centraal stellen, in plaats van eigen winsten.

 

In Nederland geldt:

 

•             Provisieverbod op financiële producten

•             Scherpere eisen aan hypotheekverstrekking

•             Toezicht op de bestuurscultuur

•             De bankierseed

•             Een bonusplafond

 

In de VS: Dodd-Frank Wet.  De Europese Centrale Bank heeft een nieuw bankentoezicht ingevoerd. Er zijn scherpere kapitaaleisen (Basel III) voor banken in de hele wereld.

 

Toezicht

Het toezicht probeert het complexe  bedrijfsmodel van banken in regels te vangen.

De Dodd-Frank Wet uit 2010 omvat 2300 pagina’s regelgeving. De Glass-Steagall Act uit 1933. slechts 37.

 

Vertrouwen in de financiële sector

 

73 procent van de Nederlanders heeft vertrouwen in eigen bank. Lichte stijging ten opzichte van 2013, maar was nog 90 procent in 2007.

 

76 procent heeft vertrouwen in de eigen levensverzekeraar (was 89 procent in 2007).

 

57 procent heeft vertrouwen in eigen pensioenfonds  (was 85 procent in 2007).

 

41 procent vindt bestuurders van financiële instellingen deskundig

 

19 procent vindt bestuurders van financiële instellingen integer

 

79 procent van de Nederlanders heeft geen begrip voor hogere beloningen topbestuurders financiële sector

 

19 procent van de medewerkers schaamt zich ervoor werkzaam te zijn in de financiële sector